De wet van Murphy week 3
(of hoe alles in het water viel.)

Alweer zo’n dag. Het houdt niet op met regenen. Dat was gisteren al van het zelfde laken een pak. De wat oudere (niet zo grijze) man zag er tegen op door dat weer te moeten. Maar hij had een afspraak bij de specialist in het ziekenhuis. De heer Parkinson had dat zo voor hem geregeld. Tamelijk autoritair, want wat deze heer van zins is, wordt onverbiddelijk uitgevoerd. De oude man is in staat  niet direct in te gaan op die eisen en weet steeds enig uitstel te regelen, maar daar moet hij dan veel drugs, zo noemt hij de dagelijkse hoeveelheid pillen, voor slikken. De lieve metgezel van de man, en dat was niet alleen lief, maar ook comfortabel, bracht hem naar het ziekenhuis. Daar zat het echter niet mee. Het spreekuur was, toen hij zich bij de assistente meldde, al drie kwartier uitgelopen. Toen hij naar binnen mocht, was  dat inmiddels ruim een uur. Met deze specialist kan hij het gelukkig goed vinden, stukken beter dan met de heer Parkinson. Terug van het doktersbezoek verliep ook alles anders, niet voorspoedig, zoals gewild. Het begon met de stoplichten die elk "op rood" gingen en de spooroverweg ging ook voor hun neus dicht. De regen hield maar aan, hetgeen hem belemmerde om een "rondje dorp" te doen. De benen, al is het maar even, dienen gestrekt te worden om te voorkomen dat het lijf nog strammer wordt. Met dat weer kon hij echter helemaal niet weg met z’n scootmobiel. (zijn RR – Rolls Royce – model Cabriolet). Ter "afwisseling" dook hij achter de computer. Na het starten, dat eindeloos lang duurde, wilde hij HetNet op om z’n e-mailtjes op te halen. Niets daarvan. Een telefoon-verbinding kon er nog net vanaf  (snelheid 36.4), maar verder kwam hij niet. De server had de verbinding verbroken. En dat ging keer op keer zo. Alle instellingen, want dat had hij inmiddels geleerd, nagelopen, maar hij kon niets ontdekken. Misschien toch een "virus" (gisteren had zo’n eng digitaal beest ook al geprobeerd binnen te komen, maar hij had heldhaftig het virus vernietigd, hetgeen altijd weer spannend is of het zal slagen). Het bleek géén virus, maar een  storing, uitgedrukt in een reeks getallen die hem niets duidelijk maakte. In dergelijke omstandigheden ging de man altijd snuffelen in allerlei (computer-leer) boeken en tijdschriften. Hij kwam er binnen twee uur uit. Snel voor zo’n karwei, vond hij. Maar hij was dus niet veel verder gekomen. Het scherm het scherm latend wijdde, hij zich aan het herstel van allerlei zaken, zie achter elkaar, wedijverend hun best deden om uit te vallen en/of te weigeren. De batterijen van de telefoon weigerden dienst en moesten worden vervangen en natuurlijk zulke batterijen niet bij de hand, morgen dan maar. Het regende, het bleef regenen, aan een stuk, zonder van ophouden te weten. De dag zat niet mee . Met al die regen was het een koude douche.

Piet Dwongman