Mijmering

De wat oudere (nog niet zo grijze) man zat mijmerend op het bankje in zijn tuin, genietend van de, voor de tijd van het jaar, lekkere temperatuur, een beetje zon en van het geluid dat een  bescheiden waterpompje, onder het wakend oog van een "kabouter", voort bracht.

In zijn gedachte kwam, hoe kon hij niet verklaren, de herinnering naar boven van een bezoek, uit vroeger dagen aan Leeuwarden. Hij herinnerde zich het gezellige café op het marktplein, waar hij met een goede vriendin, die aan de parfait d’amour was verslingerd, een enigszins romantisch uitje beleefde. Voor het café stonden drie geleidde lindebomen die bijdroegen tot het "cachet" van het café. Voor de pui stond een soort van "leugenbankje",waar "oude mannetjes" voortdurend kletsen en een pruimpje kauwen. Tijdens winterdagen zitten zij binnen, waar de kastelein, maar ook de mannetjes met het probleem werden geconfronteerd van: waar moet ik die uitgekauwde pruim laten?

Van "horen zeggen" weet hij dat in de wintermaanden veel wordt gekaart aan de grote ronde tafel in het café, van pesten tot klaverjassen. Ook dan vertelden zij, evenals in de zomer, elkaar de meest fantastische verhalen, alsof zij zich op het leugenbankje bevonden. Daarbij voelden zij zich behaaglijk vanwege de warmte, de drank en de gezelligheid waar Gerrit, de kastelein en Boukje, zijn vrouw, altijd even opgewekt, veel aandacht aan schonken. Hij herinnerde zich dat Gerrit er kloek en kranig uit zag en Boukje deed daar niet voor onder, stevig en pront. Maar het werken in het café was hen na veertig jaar niet in de koude kleren gaan zitten. Terzijde hoorde hij dat Gerrit binnenkort vijf en zestig wordt, hij het café voor een schappelijke prijs wil overdragen aan een neefje, pas getrouwd en die sinds kort ook de nodige horeca-papieren heeft verworven. Het café zou dus niet verloren gaan voor de dorpelingen. Dat deed hem goed dat te horen.

Het werd op prijs gesteld als de wat oudere man met zijn vriendin zou blijven. Zo gezegd, zo gedaan. Het was bere-gezellig. De volgende ochtend bij het ontwaken, beseften zij dat de parfait d’amour en de corenwijn, gezien de kater die zij er aan hadden overgehouden, zeer rijkelijk had gevloeid. Hij besloot in ieder geval de eerstvolgende keer als hij weer in Friesland zou komen, dat café zeker aan te zullen doen.                                                                             

Piet Dwongman