ZONDAG
Als altijd, zo vond de wat oudere (nog niet zo grijze) man, begon ook deze zondag in een gedragen stilte, slechts onderbroken door het overheersende gebeier van de klokken van de grote kerk in het hart van het dorp. Mogelijk "kerkgangers", als weleer, te manen aan de "kerkplicht" te voldoen. Hij ergert zich al lang niet meer aan dat "kabaal". Het is hem opgevallen dat de kort geleden nieuw benoemde pastor, vaker dan de vorige, het "klokgeweld" over de hoofden van de omwonenden heen stort. Het wordt door de, vooral in de nabijheid van kerk, wonenden als zeer storend ervaren. Zeker op zondag.
De stilte van de dag zou hij, zo was zijn plan, proberen te weerstaan door in de middag een muziek-voorstelling te bezoeken in een tot sociaal-cultureel-centrum gemaakte fabriekshal.
De optredende muzikanten deden hun uiterste best en speelden zo enthousiast, dat de kwaliteit van de muziek er onder leed. De lokaliteit was te klein zodat van het geproduceerde niet volop kon worden genoten. Een kniesoor, vond de man, als iemand zich daaraan zou ergeren. Het was een gezellige familie-middag. Ouders, met idolate herinneringen aan vroeger, in gezelschap van hun kinderen, een pint (de kinderen "Fristi") nuttigden. Zij amuseerden zich in de door hen geliefde sfeer. De oorverdovende muziek werkte zelfs sfeer verhogend.
Zij die op deze gezellige zondagen zich komen verpozen, kennen elkaar, soms al vanaf de schoolbanken. Bekendheid aan elkaar is belangrijk, niet de positie die zij hebben bereikt. Aannemer, journalist, slager, kunstenaar of kantoorbediende, zij wisselen hun ideeën en wederwaardigheden uit en genieten van hun ontmoeting. De kinderen kregen daardoor soms wat minder aandacht, waaraan soms, wellicht onbewust, voorbij werd gegaan.
Een voorbeeld daarvan : een jochie van vijf of zes jaar, in gezelschap van zijn vader, eiste overduidelijk aandacht op. Hij probeerde dat kenbaar te maken door zijn vader "stompen" te geven, kopstootjes op buikhoogte en tenslotte door op de voeten van zijn vader te trappen. Het duurde een tijdje voordat hij tot de orde werd geroepen. Het werd nauwelijks opgemerkt, maar het had effect. Aandacht kreeg hij.
Niet van zijn vader, maar van de moeder van een vriendje dat in dezelfde groep op school zit. Hij vertelde haar dat zij een nieuwe "juf" hebben gekregen. Een juf, zo bleek later, als er, wat dan ook, iets werd ondernomen door een van de kinderen, dat haar niet aanstaat, onmiddellijk 50 0f 100 strafregels uitdeelt.
De oude man hoorde dat de jongen op school snippers papier uit het raam had gegooid, waarop de onderwijzeres hem toeriep dat hij "vijftig strafregels" moest schrijven. Zij vroeg zijn naam (die kende zij nog niet). Ad rem zei hij : "Jan Snippers". Dat werd hem niet in dank afgenomen.
De oude man is benieuwd hoe het verder met de jongen zal gaan.
Piet Dwongman
